Kerstmis (2009)

Overweging op eerste kerstdag  (bij 1 Kor. 1, 26-31 en Johannes 1, 1-18 )

`Een geschenk uit de hemel´ staat er voorop onze boekjes. Ik zal u zeggen hoe we hierop kwamen. Marion Korenromp en ik hadden het met de voorbereidingsgroep van de kerstvieringen in deze kerk over de kredietcrisis. Dus over de graaicultuur, over het korte termijndenken en de onverdiende bonussen waar nogal wat banken en grote ondernemingen sterk in zijn. Laatst las ik dat een bankdirectie in Amerika zo gauw men kon de verkregen steun aan de overheid terugbetaalde, want dan zat er geen rem meer op de bonuscultuur. Die directie deelt graag geschenken uit zo aan het einde van het jaar, vooral aan zichzelf.

Hoe groot is dan het contrast met het geschenk uit de hemel, waarvoor we vanmorgen bij elkaar gekomen zijn. God werd mens in armoedige omstandigheden. En de aanhang van Jezus en later van de jonge kerk bestond voor het grootste deel uit mensen zonder veel maatschappelijk aanzien. Paulus zegt dat ook in zijn brief aan de Korintiërs: Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.

De sterken, de zogenaamde wijzen en de mensen die denken dat ze iets voorstellen, God kijkt dwars door hun mooie buitenkant heen, lijkt Paulus te zeggen. Ze worden beschaamd, dat wil zeggen, hun glans verbleekt bij de uitstraling van mensen in wie God welbehagen heeft. Dat is in zijn tijd niet anders dan in de onze. God die mens geworden is staat een koninkrijk voor ogen, waarin recht wordt gedaan aan alle mensen, en aan de hele schepping. Goedheid, waarheid en schoonheid, dat draagt bij aan het algemeen welzijn, aan Gods bedoelingen. Daaraan mogen christenen macht, wijsheid en aanzien van zichzelf en van anderen toetsen. Iets is goed als het daaraan bijdraagt.

Als ik denk aan de kredietcrisis, dan kan ik me wel iets voorstellen bij de wereld die het Woord niet wil horen. Die wereld, dat zijn de mensen die zeggen: het algemeen belang dienen? Maatschappelijk verantwoord ondernemen? Eerlijke handel? Duurzame ontwikkeling? Ach meneer, dat zijn allemaal van die kreten van goedbedoelende idealisten. Zo werkt het niet in deze wereld, meneer. De winst van de eigen onderneming staat voorop, en denk maar niet dat daar een kruid tegen gewassen is. De aandeelhouders willen het zo. Business as usual.

Die wereld bestaat; de vertegenwoordigers ervan verbeelden zich heel wat en hebben ook veel macht en invloed. Maar ook in deze tijd klinkt het evangelie van Johannes over het Woord dat vleesgeworden is. Johannes was geen doemdenker. Hij zag de grote weerstand tegen waar het Woord van God voor stond. Maar hij zag ook hoe het Woord door velen wel gehoord wordt. Hij zag hoe in de eerste eeuw heel veel mensen wel open stonden voor de boodschap van Jezus. Hij zag dat goedheid, waarheid en schoonheid voor heel veel mensen waarden werden waar ze echt voor wilden gaan, tegen de tijdgeest van toen in. .

En dat is in onze tijd niet anders. Johannes zegt: Aan allen die het Woord wel aanvaarden geeft Hij het vermogen kinderen van God te worden. Nu denkt u misschien: maar pastor, het gaat toch niet zo goed met de kerk? Hoe kunnen mensen het Woord van God dan nog horen? Dat is wel zo. Maar het Woord, de Geest van God laat zich gelukkig niet opsluiten in de kerken. De evangelist Johannes zegt elders in zijn evangelie dat de Geest van God is uitgestort over alle vlees. Ik zie om me heen heel veel mensen, gelovig en ongelovig, die zich niet langer neerleggen bij zoals het nu eenmaal gaat; bij onrecht, bij kortzichtigheid, bij het haat zaaien tegen minderheden, bij de vernietiging van het leefmilieu, bij de opwarming van de aarde.

De kerk heeft de Geest van God niet in pacht. God spreekt zijn scheppend Woord, ook buiten de kerken om. Toch blijft de kerk heel belangrijk. Als mensen voelen hoe groot de verantwoordelijkheid is die ze dragen, dan gaan ook de ego's opspelen. Juist in de kerk kunnen we leren dat het niet gaat om ons ego, om onze roem. Juist in de kerk kunnen we leren wat het is dat we kinderen van God zijn. Dat het niet gaat om jouw en mijn ambities en successen, maar om de werking van Gods Geest, van Gods liefde in en door ons heen. In de kerk kun je leren om ontvankelijkheid te oefenen, geduld, toewijding, bescheidenheid. We leren van elkaar en van de Bijbelse figuren en zo meer opengaan voor inspiratie, voor de leiding en de bemoediging van de Eeuwige.

Ik wens ons allen toe dat we, door onze verbondenheid met het vleesgeworden Woord, met Christus, werkelijk kinderen van God worden. In die geest wens ik u, mede namens alle collega's een zalig kerstfeest toe.